Druppels fotograferen

Er zijn twee soorten fotografen; zij die druppels willen fotograferen en zij die dat al gedaan hebben

Druppelfotografie

Zolang fotografie bestaat worden fotografen geïnspireerd door water. Water kent vele fotogenieke verschijningsvormen; aan het strand, een waterval, regen en reflecties in water of ijs. En een foto die elke fotograaf wel eens probeert te maken is de foto van een druppel: een druppel op een CD, een druppel aan een takje of bloem, of een vallende druppel. Water inspireert altijd.
Omdat iedere fotograaf een poging waagt zijn er veel voorbeelden van druppelfoto’s. Daardoor hoor je soms dat een foto van een druppel niet origineel is, maar laat je daardoor niet weerhouden. Het fotograferen van druppels is een mooie manier om verschillende technieken te leren en jouw creativiteit te ontwikkelen. En met een beetje geluk houd je er nog een hele mooie plaat aan over.

Druppels fotograferen

Druppels fotograferen, de eerste druppel stuitert terug en de tweede druppel crasht er op

Waarom is druppels fotograferen zo leuk?

Natuurlijk is het ontzettend gaaf om iets vast te kunnen leggen wat zo snel is dat het menselijk oog het niet goed kan registreren. En de uitdaging ligt in de hoeveelheid elementen die het uiteindelijke resultaat bepalen. Denk hierbij aan de vorm van de druppel die wordt bepaald door: het moment waarop je de ontspanknop indrukt, de hoogte van de val van de druppel en diepte, temperatuur, viscositeit en oppervlaktespanning van de vloeistof waarin de druppel valt.

Viscositeit is een duur woord voor de stroperigheid van een vloeistof; honing heeft een hogere viscositeit dan water. De oppervlaktespanning kun je zien als de veerkracht die het oppervlak van een vloeistof heeft. Hoe groter die veerkracht, hoe meer de vloeistof ‘bij elkaar wil blijven’. Denk aan een rollend druppeltje kwik (deze heeft een hele hoge oppervlaktespanning). Hoe hoger de oppervlaktespanning, hoe korter en dikker de ‘kolom’ van de opspattende druppel wordt. Bij een lagere oppervlaktespanning krijg je een dunne en lange ‘kolom’.
Bij het druppelen kun je veel variëren door gebruik te maken van verschillende kleuren en patronen in zowel achter- als ondergrond of met kleurstoffen in de druppel of in het water waarin de druppel landt. Verder kun je een hoog of laag standpunt innemen, of zelfs meerdere druppels in één keer fotograferen. Kortom: genoeg elementen om te combineren en jou een hele poos leuk bezig te houden. Met geduld, doorzettingsvermogen en creativiteit kun je telkens weer andere foto’s maken. Daarom is druppelen zo leuk.

Forografeer ook eens een druppel in melk

Forografeer ook eens een druppel in melk

Highspeed fotografie

Dit is een term die wordt toegepast bij technieken die bedoeld zijn om voorwerpen te fotograferen die een zeer hoge snelheid hebben. En hoewel een druppel niet heel snel naar beneden valt, kan een opspattende druppel, zeker de spetters ervan, hele hoge snelheden bereiken. Een opspattende druppel valt na het hoogste punt weer naar beneden met een snelheid die vijfmaal hoger is dan de snelheid van de vrije val. Dit wordt veroorzaakt door de oppervlaktespanning van het water. Om die snelle beweging mooi te bevriezen is highspeed fotografie een geschikte techniek. En het enige dat je eigenlijk nodig hebt voor highspeed fotografie is een losse reportageflitser en gevoel voor timing.
Camera’s hebben vaak een kortste sluitertijd tussen 1/2000 en 1/8000 seconde. Dat zijn héle korte sluitertijden, maar voor sommige onderwerpen die snel bewegen zijn ze nog te lang.
Voor heel snel bewegende onderwerpen kan een flitser de uitkomst bieden. De duur van een flits kan namelijk veel korter zijn dan de sluitertijd van jouw camera. Hierbij geldt: hoe hoger het richtgetal van de flitser (de hoeveelheid licht die de flitser kán leveren), hoe korter de flitsduur is in de laagste stand van de flitser. Een flitsduur van 1/40.000 seconde of nóg korter is geen uitzondering.
Het geheim van highspeed fotografie is dat je het beeld niet bevriest met de sluitertijd van de camera, maar met die korte flitsduur van de flitser.
Een voorbeeld: zet de camera op de laagst mogelijke ISO-waarde en een klein diafragma (bijvoorbeeld f/16). Als je niet al te veel licht hebt en je maakt een foto met een sluitertijd van 1/100 seconde, zul je waarschijnlijk een donkere foto krijgen. Als je vervolgens met dezelfde instellingen een foto maakt, waarbij je gebruik maakt van een flitser op de laagste stand, dan zul je een foto krijgen waarbij het onderwerp een 40.000ste deel van een seconde belicht is. Dus ondanks dat op de camera een sluitertijd van 1/100 seconde ingesteld is, kun je toch hele snelle bewegingen bevriezen. Het is zelfs mogelijk om daarmee de beweging van een afgeschoten kogel of een uit elkaar spattende ballon te bevriezen!
druppels fotograferen
Lees verder in deel II

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Zoom.nl

reacties

Schrijf een reactie


Naam (required)
E-mail (verplicht - wordt niet publiek gemaakt!)
Jouw website


Volg ons op LinkedIn
Volg ons op twitter
Abonneer (RSS Feed)
Volg ons op Facebook